Complex

abs functie

Geeft de absolute waarde van het argument.

Syntaxis

abs(z)

Omschrijving

De abs functie geeft de absolute waarde van z, vaak geschreven als |z|. z kan elk numerieke uitdrukking worden die resulteert in een reŽel getal of een complex getal . abs(z) geeft altijd een positieve reŽle waarde.

arg functie

Geeft het argument van de parameter.

Syntaxis

arg(z)

Omschrijving

De arg functie geeft het argument of de hoek van z. z kan elk numerieke uitdrukking getal zijn dat resulteert in een reŽel getal of een complex getal. arg(z) geeft altijd een reŽel getal. Het resultaat kan in radialen of graden, afhankelijk van de huidige instellingen. De hoek is altijd tussen -π and π. Als z een reŽel getal is, arg(z) is 0 voor positieve getallen en π voor negatieve getallen. is arg(0) niet gedefinieerd.

conj functie

Geeft de geconjugeerde van het argument.

Syntaxis

conj(z)

Omschrijving

De conj functie geeft de geconjugeerde van z. z kan elk numerieke uitdrukking zijn dat resulteert in een reŽel getal of een complex getal. De functie wordt gedefinieerd als: conj(z) = re(z) - i*im(z).

re functie

Geeft het reŽle deel van het argument.

Syntaxis

re(z)

Omschrijving

De re functie geeft het reŽle deel van z. z kan elk numerieke uitdrukking zijn dat resulteert in een reŽel getal of een complex getal.

im functie

Geeft het imaginaire deel van het argument.

Syntaxis

im(z)

Omschrijving

De im functie geeft het imaginaire deel van z. z kan elk numerieke uitdrukking zijn dat resulteert in een reŽel getal of een complex getal.